De landschapsbiografie van de Weerribben-Wieden is een van de biografieën die Overland maakte voor Nationale parken.
Weerribben-Wieden staat bekend als het grootste laagveenmoerasgebied van Nederland, zelfs van Noordwest-Europa. Het gebied wordt beschouwd als het neusje van de zalm van de Nederlandse natuur, maar de ontstaanswijze is alles behalve natuurlijk. Het landschap is volkomen ‘man-made’. Natuurwaarden hangen samen met vroeger menselijk gebruik en om die natuur te kunnen beheren is kennis van de geschiedenis nodig.
De Landschapsbiografie vertelt hoe de hoofdstructuur van dit natte gebied al in de ijstijden is gevormd. De stuwwallen van Steenwijk-Paasloo en Vollenhove ontstonden toen, elk met hun eigen bijzondere landschapskenmerken. Daartussen schuurden de OerVecht en de OerRijn een laagte uit waar in het holoceen een uitgestrekt veengebied in zou ontstaan. In de middeleeuwen organiseerde de bisschop van Utrecht vanuit zijn kasteel in Vollenhove de ontginningen van de veenmoerassen. De karakteristieke strookkavels en lintdorpen ontstonden in deze tijd. Helaas daalde het maaiveld al spoedig als gevolg van de ontwatering. Landerijen en nederzettingen zakten tot op of onder de waterspiegel en moesten worden verplaatst naar nieuw ontgonnen grond.

Vanaf de 16e eeuw bleek de ingezakte veengrond veel geld waard te zijn. Je kon het afgraven en als turf verkopen ten behoeve van de brandstofhonger in de groeiende Hollandse steden. Het veen werd weggegraven en uitgebaggerd en met pramen en schepen vervoerd. Zo ontstond het kenmerkende landschap van trekgaten en zetwallen. Langs turfvaarten vestigden zich boeren en ambachtslui, waarbij vaartdorpen zoals Giethoorn ontstonden.
De uitgeveende trekgaten verlandden met waterplanten en riet. Op de drijvende kraggen boden rietteelt en later ook hooiland een schamel inkomen aan de boeren en riettelers. Door hun werk droegen ze bij aan de unieke vegetaties die tegenwoordig zo door natuurliefhebbers worden gewaardeerd.
De gebiedsbiografie besluit met een landschapsecologische systeemanalyse (LESA), opgesteld door de landschapsecoloog Ab Grootjans. De tegenwoordige waterhuishouding is niet meer optimaal voor de natuur. Schoon grondwater uit de hoger gelegen wordt weggetrokken naar lager gelegen polders en kan het laagveen niet meer bereiken. De LESA geeft een scenario voor een aangepaste inrichting van het gebied voor de verre toekomst.
De biografie is in beperkte oplage als boek uitgegeven en is online te downloaden op de site van het nationaal park of hier:
Landschapsbiografie Weerribben-Wieden
Bijzondere vondst: foto’s van de turfwinning

Bij het onderzoek voor de landschapsbiografie troffen we in het archief van de Stichting voor Bodemkartering (STIBOKA) honderden fotonegatieven aan van de Weerribben en de Wieden uit de jaren ’50, de tijd dat de veenwinning een nog levende praktijk was.